Loopbaancentrum
/ Werk & Inkomen
(19-11-2003)
Veel mensen met een handicap willen werken en kunnen dat ook. Toch is het vaak niet eenvoudig om als gehandicapte een nieuwe baan te vinden. Of om aan het werk te blijven als je gehandicapt raakt.
Passende banen liggen niet voor het oprapen en werkgevers zijn nog altijd huiverig om met gehandicapten en chronisch zieken in zee te gaan. Soms moet er gezorgd worden voor aanpassingen of speciale voorzieningen. Er zijn verschillende wetten en regelingen die dat gemakkelijker maken.
Hulp bij het vinden van een baan
De meeste mensen die aan het werk willen, vinden zelf een baan, ook mensen met een handicap. Het hangt dus voor een groot deel van je eigen inzet af of het lukt om betaald werk te vinden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je geen hulp kunt krijgen. Sinds 1 januari 2002 bestaat er één loket voor hulp bij het vinden van een baan: het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI).
Je kunt je bij het CWI inschrijven als werkzoekende, de vacaturebank raadplegen of informatie krijgen over solliciteren. Maar het CWI kan je ook helpen en begeleiden bij het zoeken naar een passende betaalde baan. Een CWI-consulent bekijkt of je voor die hulp en begeleiding in aanmerking komt en wat er moet gebeuren om je verder op weg te helpen. Dat kan een cursus of een complete omscholing zijn, een sollicitatietraining of bemiddeling bij werkgevers. De consulent schrijft zijn bevindingen op in een rapport, het reïntegratieadvies. Dat advies wordt doorgestuurd naar het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de instantie waar je je uitkering van krijgt. Het UWV kan vervolgens met dat advies in de hand een reïntegratiebedrijf inschakelen om die hulp en begeleiding daadwerkelijk voor jou te organiseren.
Toetrederskorting: een bonus voor jou
Of je nu op eigen kracht een betaalde baan vindt, of met hulp van het CWI en een reïntegratiebedrijf, als arbeidsgehandicapte kun je altijd gebruik maken van een aantal aantrekkelijke regelingen.
Sinds 1 januari 2002 geldt bijvoorbeeld een speciale belastingkorting, de 'toetrederskorting' voor mensen met een uitkering die weer betaald aan de slag gaan. Het eerste jaar dat je betaald werkt, krijg je een belastingkorting van 1.361 euro. Het tweede en het derde jaar bedraagt de korting 454 euro. Het gaat hierbij om netto bedragen.
Voor de toetrederskorting gelden de volgende voorwaarden:
Je had in de anderhalf jaar voordat je aan het werk ging tenminste twaalf maanden een uitkering. Dat kan WAO zijn, maar ook Wajong of Waz.
Je gaat voor minstens een half jaar betaald aan het werk.
Het moet gaan om gewoon, regulier werk. Dus geen gesubsidieerde arbeidsplaats.
Je verdient met dat werk tenminste 7.692 euro per kalenderjaar.
Je krijgt de toetrederskorting ook als je een (gedeeltelijke) uitkering houdt, maar verder aan alle voorwaarden voldoet. De toetrederskorting moet je zelf opvragen bij de belastingdienst. Dat kan door aan het eind van het jaar belastingaangifte te doen en op het belastingbiljet aan te geven dat je in aanmerking komt voor deze korting. Als je niet automatisch een belastingbiljet thuisgestuurd krijgt, kun je bij de belastingdienst zelf om een T-biljet vragen.
De Wet REA
Een andere belangrijkste regeling is de Wet (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA). Deze wet biedt zowel voordelen voor werkgevers als voor arbeidsgehandicapte werknemers.
Voordelen voor werkgevers
Een werkgever die een arbeidsgehandicapte in dienst neemt, krijgt drie jaar lang een korting van 2.042 euro op de premie voor de WAO. Had je voordat je ging werken een Wajong uitkering, dan wordt die premiekorting voor je nieuwe baas nog eens verhoogd met 1.361 euro. Voor werknemers die minder verdienen dan de helft van het minimumloon (bijvoorbeeld doordat ze parttime werken) geldt een lagere korting, van 454 euro.
Heb je een baan, raak je arbeidsgehandicapt en houdt je werkgever je in dienst, dan krijgt hij een eenmalige premiekorting van 2.042 euro.
Soms moet je werkgever kosten maken om je aan het werk te zetten. Je werkplek moet worden aangepast, of er moet speciaal gereedschap worden aangeschaft. Of je bent in de zelfde uren toch minder productief dan je collega's, zodat je werkgever behoefte heeft aan financiële compensatie. Al die kosten bij elkaar kunnen hoger uitvallen dan de premiekorting die je werkgever krijgt. In dat geval kan hij die meerkosten vergoed krijgen uit het Reïntegratiefonds. Er moet dan wel een (re)integratieplan liggen waaruit duidelijk wordt waarom die kosten noodzakelijk zijn. Meestal maakt de werkgever zo'n plan niet zelf, maar schakelt hij daarvoor zijn arbodienst of een reïntegratiebedrijf in. Kom je nieuw in dienst, dan wordt het reïntegratieplan gemaakt door het reïntegratiebedrijf dat je uitkeringsinstantie heeft ingehuurd om jou weer aan het werk te krijgen.
Als je binnen vijf jaar ziek wordt, hoeft je werkgever je salaris niet door te betalen. Ook niet als die ziekte niets met je arbeidshandicap te maken heeft. Je loon bij ziekte wordt uitbetaald door het UWV.
Als het niet duidelijk is of het werk inderdaad geschikt voor je is, kun je eerst een half jaar in dienst komen met behoud van uitkering, als 'proefplaatsing'. Je werkgever moet daar natuurlijk wel toestemming voor hebben van het UWV.
Voordelen voor werknemers
Als je een betaalde baan aanneemt, kun je met het UWV afspreken dat je drie jaar lang je oude uitkeringsrechten houdt. Mocht het toch niet lukken om het werk vol te houden, dan verspeel je dus niet je bestaande rechten.
Als je werk aanneemt met een lager loon dan je kreeg toen je arbeidsgehandicapt raakte, kom je in aanmerking voor een aanvulling, de 'loonsuppletie'. Je krijgt deze aanvulling hoogstens vier jaar.
Via het UWV kun je een vergoeding krijgen voor het vervoer van en naar je werk. Tenminste, als je speciaal vervoer nodig hebt vanwege je handicap. Het kan gaan om een vergoeding van taxikosten, maar bijvoorbeeld ook om een kilometervergoeding voor het gebruik van de eigen auto, of om een aangepaste bruikleenauto. Deze regeling geldt overigens tot een maximum inkomen van circa 28.000 euro bruto per jaar. Krijg je zo?n vervoersvoorziening voor je werk, dan krijg je van het UWV tevens een aanvullende vergoeding voor privé-vervoer. Je hoeft dan niet meer bij de gemeente aan te kloppen voor vervoersvoorzieningen. Dat is voordelig, omdat die gemeentelijke vervoersvoorzieningen vaak veel beperkter zijn dan de vergoeding van het UWV.
Raak je als werknemer arbeidsongeschikt, maar kun je niet in dienst blijven bij je eigen werkgever, dan kun je gebruik maken van het Persoonsgebonden reïntegratie budget (PRB) van maximaal 3.630 euro. Met zo'n PRB heb je zelf veel meer te vertellen over het reïntegratieplan en hoe dat moet worden uitgevoerd. Het PRB is alleen bedoeld voor de toeleiding naar werk. Werkvoorzieningen en aanpassingen kunnen er niet uit betaald worden. Het is de bedoeling dat het PRB vanaf 1 januari 2003 ook beschikbaar komt voor mensen met een uitkering.
Wil je niet in loondienst werken, maar je eigen bedrijf beginnen, dan kun je onder bepaalde voorwaarden een bankgarantie of een starterskrediet krijgen van het UWV.
Ook voor jou
De Wet REA geldt voor iedereen die een uitkering krijgt wegens arbeidsongeschiktheid. Maar ook als je minder dan vijf jaar geleden weer bent goedgekeurd kun je een beroep doen op deze wet. Hetzelfde geldt als je een indicatie hebt voor de WSW, maar je kunt daar niet terecht omdat er geen plaats beschikbaar is. Krijg je een bijstandsuitkering of helemaal geen uitkering en ben je toch arbeidsgehandicapt, dan kun je ook van de Wet REA gebruikmaken. Je moet dan wel bij het CWI een keuring aanvragen waaruit blijkt dat je inderdaad arbeidsgehandicapt bent.
Bron: Aan Zet (www.handicap.nl)
<< Terug naar het overzicht
|